Merkonderzoek voordat je gaat ontwerpen

Wie een merk laat ontwikkelen, wil meestal snel iets zien. Schetsen, kleuren, een richting. Toch is de fase daarvoor bepalend voor de kwaliteit van het resultaat: het onderzoek waarin je vaststelt hoe je merk er nu voor staat. Hieronder staat wat zo’n onderzoek doorgaans oplevert en welke vormen er zijn.

Wat je met kwalitatief onderzoek achterhaalt

Kwalitatief onderzoek werkt met gesprekken, kleine groepen en observatie. Het geeft antwoord op de vraag waarom mensen iets vinden. Welke associaties heeft iemand bij een merk, welk gevoel roept de verpakking op, welke woorden gebruikt iemand spontaan als hij het product beschrijft.

De opbrengst is rijk maar lastig te generaliseren. Twaalf gesprekken vertellen je hoe een merk kan worden ervaren, niet hoe vaak dat zo is. Dat maakt kwalitatief onderzoek sterk aan het begin van een traject, wanneer de vraag nog open is.

Wat kwantitatief onderzoek toevoegt

Kwantitatief onderzoek werkt met grotere aantallen en gesloten vragen. Daarmee meet je bekendheid, voorkeur, en hoe een merk scoort op eigenschappen ten opzichte van de concurrentie. Je krijgt cijfers waarmee je binnen een organisatie een besluit kunt onderbouwen.

Het nadeel is dat je alleen antwoord krijgt op wat je zelf hebt bedacht. Een vraag die je niet stelt, blijft onbeantwoord. Daarom werken de twee vormen het beste na of naast elkaar: eerst verkennen, dan meten.

Waar data en AI het verschil maken

De laatste jaren zijn er methodes bijgekomen die beide kanten combineren en versneld doorrekenen. Wij werken als branding bureau met een eigen QuantQual-aanpak, waarin kwalitatieve en kwantitatieve inzichten samenkomen, ondersteund door data en AI. Dat levert sneller inzicht in hoe doelgroepen een merk en een categorie ervaren, welke behoeften het merk vervult en welke emoties het oproept.

Het voordeel zit vooral in tempo en in de vertaalstap. De uitkomst is niet alleen een rapport, maar een aanwijzing waar de groei van een merk zit. Dat is precies de brug die in klassiek onderzoek vaak ontbreekt: veel inzicht, weinig richting.

Wat het schap je leert

Voor merken in de supermarkt hoort een test op afstand bij het onderzoek. De regel is streng: wat op twee meter niet leesbaar is, bestaat niet. Een shopper staat kort voor het schap, ziet tientallen pakken en pakt in de praktijk vooral wat hij herkent.

Bij zulke testen komen twee problemen bovendrijven die je op een groot scherm niet ziet. Het eerste is communicatiehiërarchie: merknaam, productsoort en variant vechten om dezelfde aandacht. Het tweede is het onderscheid binnen een lijn. Zeven smaken in vrijwel hetzelfde blauw leveren een shopper op die zijn vaste variant niet vindt. Die pakt niet de verkeerde variant, maar een ander merk.

Private label vraagt om portfolio-logica

Bij private label speelt daarnaast de vraag hoe de hele lijn in elkaar zit. Retailmerken zijn de afgelopen jaren opgeschoven van prijsalternatief naar volwaardig merk, en dat vraagt om keuzes op een niveau boven het losse pak: welke productgroepen bij elkaar horen, hoe de formule zichtbaar wordt en hoe de shopper zijn weg door het assortiment vindt.

Onderzoek helpt daarbij vooral om te bepalen wat je juist niet moet kopiëren. Een lijn die te dicht op de marktleider zit, wordt op prijs vergeleken. Een lijn met een eigen gezicht laat zich moeilijker vergelijken en levert de retailer op termijn meer op.

Waar onderzoek zijn waarde verliest

Onderzoek dat alleen bestaande plannen bevestigt, is geld weggooien. Dat gebeurt als de vraagstelling al een richting bevat, of als de uitkomsten pas worden opgevraagd nadat de ontwerprichting intern is goedgekeurd.

De uitkomst hoort ongemakkelijk te kunnen zijn. Een merk dat zichzelf als ambachtelijk ziet, kan bij de doelgroep vooral bekendstaan als betrouwbaar en goedkoop. Dat is een lastige uitkomst voor een vergadering, en tegelijk de reden dat je niet een half jaar de verkeerde kant op ontwerpt.

Van inzicht naar ontwerp

De brug tussen onderzoek en ontwerp is de positionering. Daarin leg je vast voor wie het merk bedoeld is, waarop het zich onderscheidt en welke belofte het waarmaakt. Pas daarna zijn kleur, typografie en beeldtaal beoordeelbaar op iets anders dan smaak.

Dat is ook de reden dat wij alles wat we maken toetsen aan onze eigen visie en tools. Bij ontwerpvergaderingen gaat het namelijk snel over voorkeur, en voorkeur van de directie is zelden dezelfde als die van de shopper. Hoe zulke keuzes in verschillende categorieën uitpakken, van food en retail tot corporate en luxury, is te zien in de projecten die we publiceren: bekijk ons werk en let daarbij op het vraagstuk boven elke case.

Wie zelf met een merktraject begint, kan in elk geval één vraag vooraf stellen: welk inzicht zou ons van richting doen veranderen? Kun je die vraag niet beantwoorden, dan is het onderzoek nog niet af.